Arabieren in Afrika: de trans-Sahara slavenhandel

Een van de hoofdpersonen in Kroesvee is Muzelman Ali, een Arabische slavenhandelaar. Arabieren waren geen onbekenden in Afrika. Sterker nog: de Arabisch-Afrikaanse slavenhandel is ouder dan de Europese: ze startte rond de 6e eeuw n.Chr. en eindigde in de 20e eeuw. De schattingen van de omvang van de handel via de Sahara, de Rode Zee en de Indische Oceaan zijn vele malen onnauwkeuriger dan die van de trans-Atlantische slavenhandel. Diverse recente onderzoeken laten het totaal aantal Afrikaanse slaven dat door de Arabieren is gedeporteerd variëren van 10 tot 17 miljoen, tegen zo'n 12 miljoen via de trans-Atlantische slavernij.

 

De belangrijkste slavenroutes gedurende de middeleeuwen in Afrika. Bron: WikiMedia Commons

 

Met de Arabische imperiale expansie vanaf de zesde eeuw  nam de vraag naar slaven snel toe. In de hofhouding en het staatsapparaat van het latere Ottomaanse rijk vonden tienduizenden slaven emplooi. De handel werd in gang gezet door sultans, die de Afrikanen voornamelijk inzetten in hun legers en huishoudens. Vrouwen werden doorgaans gebruikt als seksslaven.

 

De zwarte slaven waren voornamelijk Bantoe en kwamen uit de onderste helft van Afrika. De Arabieren die zich vestigden aan de Oost-Afrikaanse kust mengden zich onder de inheemse bevolking. Hieruit ontstond bijvoorbeeld de Swahili-cultuur, waarvan je de taal, religie en culinaire hoogstandjes nog steeds kunt proeven in Kenia, Tanzania en noordelijk Mozambique. Op veel plekken is in deze landen de Arabische invloed onmiskenbaar: voor de kust dobberen dhows en gesluierde vrouwen bepalen het straatbeeld. Bijvoorbeeld op het piepkleine koraaleiland Ilha de Moçambique, dat in de tiende eeuw na Christus opbloeide als Arabisch handelscentrum voor ivoor, goud en mensen. De Arabieren hadden dus bijna duizend jaar lang het monopolie op de handel in zwarte Afrikanen voordat de eerste Europeanen verschenen.

 

Gebied bewoond door Afrikanen met een Bantoe achtergrond.

Talloze Afrikanen overleden tijdens de rooftochten en gedurende het transport door de Sahara. Islamitische slavenhouders duldden bovendien niet dat hun menselijk eigendom zichzelf vermenigvuldigde. Daarom werden de meeste jongens en mannen gecastreerd. De handel leidde tot moorddadige en verwoestende plundertochten door midden-Afrika. Ook duizenden zwarte moslims werden daarbij, tegen het verbod van de Koran in, tot slaaf gemaakt. Van de 17e tot de 19e eeuw was het eiland Zanzibar onder de heerschappij van de sultan van Oman het centrum van de Oost-Afrikaanse slavenhandel. Deze handel bereikte zijn hoogtepunt in de 19e eeuw.

 

Slavernij verdween uiteindelijk na een verbod door de Ottomaanse overheid in 1889, en omdat in de twintigste eeuw vooral Aziatische landen goedkope arbeidskrachten begonnen te leveren voor de tertiaire sector. Toch werden nog tot in de jaren zestig gevallen van slavernij gerapporteerd uit Saoedi-Arabië, en is het nog steeds niet verdwenen in Mauretanië en Soedan, waar ondanks een formeel verbod nog steeds handel in zwarte slaven wordt gedreven.

 

Bronnen: Austen, R.A. (1979): 'The trans-Saharan slave trade: a tentative census', Ronald Segal: Islam's Black Slaves, Tidiane N´Diaye, Der verschleierte Völkermord: Die Geschichte des muslimischen Sklavenhandels in Afrika, Anne Caroline Bailey, African Voices of the Atlantic Slave Trade: Beyond the Silence and the Shame

Dat een opportunist als Muzelman Ali zijn werkgebied naar de Afrikaanse westkust had verplaatst was dus zo vreemd niet. Van oudsher hadden de Ashanti banden met de Arabische wereld en participeerden in de trans-Saharahandel; velen van hen waren zelf moslim. Slimme handelaren vonden altijd wel een manier om een graantje mee te pikken; vandaar, dat Muzelman Ali zijn thuis had in Kumasi, de hoofdstad van de Ashanti en de plek waar 'alle handelsroutes samenkomen'.