Zonen van Jafeth

De dronkenschap van Noach, door Giovanni Bellini. Links Cham, in het midden Sem en rechts Jafeth.

 

De reekstitel Zonen van Jafeth verwijst naar een van de zonen van Noach.

 

In  de tijd waarin de boekenreeks zich afspeelt werd Jafeth gezien als de stamvader der Europeanen (m.a.w.: de blanken). Het geloof in hun superioriteit ten opzichte van andere rassen werd 'gestaafd' door een verhaal in het Oude Testament (Genesis 9:18-29), waarin Noach dronken in slaap was gevallen. Jafeths broer Cham had zijn vader in die toestand aangetroffen en bespotte hem tegenover zijn broers. Jafeth en diens andere broer Sem bedekten hun vader met een mantel, zonder naar hun naakte vader te hebben gekeken. Jafeth en Sem werden voor deze daad door Noach gezegend, terwijl Cham en zijn nakomelingen werden vervloekt.

 

De Hollandse protestanten waren tot en met het begin van de 17e eeuw mordicus tegen slavernij. Toen echter de plantages in de Braziliaanse koloniën (veroverd op de Portugezen) om grote aantallen goedkope arbeidskrachten vroegen ging men probleemloos overstag, en rechtvaardiging in de Bijbel werd snel gevonden. 

De Coevoordense predikant Johan Picardt verwoordde dit in 1660 als volgt:

'Hierdoor voltrekt zich Noachs voorzegging, dat het Chamsgeslacht in knechtschap zal leven, het nageslacht van Sem in ballingschap en het nageslacht van Jafeth begenadigd is met voorspoed, macht en kennis. Hierin is de scheiding tussen de zwarten, de joden en de blanken verklaard.'

Bron: DBNL.

 

De moraal in die tijd werd al eeuwenlang bepaald door de kerk. De karakters in de boeken hebben dan ook geen scrupules ten aanzien van slavernij; zij zijn immers Zonen van Jafeth.