Over de trans-Atlantische slavenhandel

Er is genoeg documentatie te vinden over de trans-Atlantische slavenhandel in de 17e en 18e eeuw: een simpele zoekopdracht in Google levert zomaar meer dan 600.000 resultaten op. Er zijn honderden boeken over geschreven. Toch is de kennis bij het grote publiek gering, en wat er is bestaat veelal uit stereotypen. Eigenlijk is het een schande dat het onderwijssysteem in Nederland zo weinig aandacht besteedt aan deze (zwarte) bladzijden uit onze geschiedenis, zeker omdat we er nog bijna elke dag mee geconfronteerd worden: de polarisatie tussen bevolkingsgroepen lijkt alleen maar toe te nemen als racisme en slavernij ter sprake komen. Zie Zwarte Piet. Maar het is lastig discussiëren als je er nauwelijks iets van weet.

Het logo van de West-Indische Compagnie

Kroesvee gaat over één enkel aspect van ons slavernijverleden: de handel aan de West-Afrikaanse kust. De Hollanders in die tijd hadden geen enkele belangstelling voor expansie in Afrika. Ze waren uit op drie dingen: goud, slaven en ivoor (in die volgorde). De West-Indische Compagnie had ook helemaal niet de militaire middelen, en zeker niet de manschappen, om zich ver in het binnenland te wagen.

Toen de Hollanders in 1637 kasteel Elmina op de Portugezen veroverden, werden er snel verdragen met de locale koningen gesloten. Feitelijk betaalde de WIC van meet af aan huurpenningen om hun forten te kunnen bouwen en te mogen handelen.

Bronnen: 'Het kasteel van Elmina: in het spoor van de Nederlandse slavenhandel in Afrika', door Marcel van Engelen, en 'Brothers in Arms, Partners in Trade: Dutch-Indigenous Alliances in the Atlantic World, 1595-1674', door Mark Meuwese.

Het West-Indische Huis in Amsterdam, gezien vanaf de Prins Hendrikkade. Handgekleurde reproductie naar tekening door L.W.R. Wenckebach. Dit is de plek waar Nicholaas Sweerts in het boek zijn eerste aanstelling verwierf.

Vechten deden de Europeanen voornamelijk onder elkaar: met name de Hollanders en de Engelsen zaten elkaar voortdurend in de haren. Ze betwistten elkaar handelsposten, riviermondingen, waterplaatsen en wat al niet, maar in de verhoudingen met de Afrikaanse heersers waren ze opvallend gedwee, omdat ze volledig afhankelijk waren van de aanvoer van handel uit het binnenland. Een goed voorbeeld van de machtsverhoudingen is het verhaal van de koning van Fida (in huidig Nigeria), die dreigde de Hollanders eruit te gooien als ze niet ophielden ruzie te maken met de Engelsen en de Fransen. Men bond mokkend in.

 

Voor wie vooraan wil beginnen: lesmateriaal van het  NETWERK SLAVERNIJVERLEDEN

Wikipedia over de WIC.

1687 en 1688 waren jaren in een periode, waarin de slavenhandel steeds belangrijker werd, maar de aanvoer naar de West (Curaçao, Berbice, Suriname) voor alle partijen een moeizame operatie bleef. De West-Indische Compagnie had het alleenrecht op handel aan de Goud- en Slavenkust, maar moest desondanks concurreren met Engelsen, Brandenburgers, Portugezen en - een speciale doorn in het oog - Zeeuwse smokkelaars (lorrendraaiers). Ook de Fransen lagen op de loer.

 

De West-Indische Compagnie had altijd een dilemma: goud (dat door de Afrikanen zelf werd gedolven en aangevoerd) was misschien nog belangrijker dan slaven, maar voor het goudtransport was vrede nodig. De slavenhandel floreerde echter alleen in tijden van oorlog tussen de Afrikaanse stammen onderling (slaven waren in de regel gevangen genomen vijanden). Die spagaat leidde uiteraard tot gemarchandeer en corruptie.

In Kroesvee proberen alle partijen elkaar vliegen af te vangen. De partij illegale slaven vormde een buitenkansje, maar de WIC diende altijd te voorkomen dat het de koning van het Denkyira-rijk tegen zich in het harnas zou jagen.

 

Uitgebreide site van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee).

Ook van LM Publishers: de Gids Slavernijverleden. Klik op het plaatje voor een leesvoorbeeld.

Driehoeksvaart - trans-Atlantische driehoekshandel: 1. Schepen vertrokken uit West-Europa met als handelswaar vooral vuurwapens, buskruit, ijzer en textiel. Dat werd in West-Afrika met de plaatselijke machthebbers geruild voor slaven, goud en ivoor. 2. Vanuit West-Afrika vertrokken schepen met slaven vervolgens naar het Caribische gebied. 3. Terugreis naar West-Europa met luxegoederen zoals suiker, rum, koffie, katoen, zilver en tabak.

Bron: mejorimagen.eu.

 

Slaven werden ge- en verkocht in een specifieke eenheid: de pieza de India. Dit stond voor een gezonde, goedgebouwde man of vrouw tussen 15 en 36 jaar oud. Personen in de leeftijd van 8 tot 14 jaar werden gerekend voor tweederde pieza en van 7 jaar en jonger voor een halve pieza. Zuigelingen (kinderen tot twee jaar) werden met de moeder meeverkocht. Het feitelijke aantal slaven in een armasoen (= scheepslading slaven) hoefde dus niet per se overeen te komen met het aan boord geregistreerde aantal pieza de India.

In de 17e en 18e eeuw omvatte het gecombineerde Hollands/Zeeuwse marktaandeel in de wereldwijde slavenhandel naar de West zo’n 10%, waarvan ruim de helft door de WIC. Concurrent Engeland had een driemaal zo groot aandeel. De rest van de handel, zo’n 60%, was in handen van Spanje en Portugal. De laatste twee opereerden zuidelijker in Afrika: voornamelijk in Angola en het grote slavendepot in Luanda. Zie ook: Zeeuwse Ankers.

 

Hoeveel slaven de WIC in totaal werkelijk naar de West heeft geëxporteerd is niet bekend, doordat zo goed als alle documenten van de Eerste WIC (de periode vóór 1674) door brand in de negentiende eeuw verloren zijn gegaan. Over de periode 1674-1740 komt Henk den Heijer in zijn proefschrift 'Goud, ivoor en slaven' op een totaal van 190.000 (gebaseerd op bronnen uit het Nederlands Historisch Data Archief), waarvan er 43.000 via Elmina zijn getransporteerd. 1680 was nog een zeer productief jaar voor Elmina (het verzond toen 2100 slaven), maar daarna kwam de klad erin: gedurende 1687-1689 bleef de export steken op 2.154, dus net iets meer dan 700 per jaar. Toen even later de Komenda-oorlogen uitbraken (een hevig geschil tussen de Hollanders en de Engelsen) zakte de export helemaal in.

 

Mooie, interactieve site van de NOS.

Geschatte aantallen van ingescheepte en ontscheepte slaven in de trans-Atlantische slavenhandel. De data is afkomstig van http://www.slavevoyages.org/tast/index.faces. De piek lag tussen 1760 en 1850. De WIC speelde toen al lang geen rol meer; zij trok zich begin jaren 40 van de 18e eeuw terug uit de slavenhandel.

Bron: TED-Ed - The Atlantic slave trade: What too few textbooks told you - Anthony Hazard.

Bron: NTR - Dossier Geschiedenis - Nederland en de Slavernij - Handel in Slaven (Aflevering 1)